Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:88.

Voor zover belanghebbende onder punt 1 op bladzijde 3 meent te constateren dat niet zou zijn voldaan aan de in artikel 8, vierde lid, van de Wet OB 1968 vermelde situatie, nu sprake is van een prestatie tegen vergoeding, kan ik dat betoog niet volgen. Uit de tekst van de bepaling en de wetsgeschiedenis is duidelijk dat deze bepaling ziet op gevallen waarin een auto tegen vergoeding in gebruik wordt gegeven aan o.m. een werknemer ten behoeve van privégebruik van de auto en/of gebruik van woon-werkverkeer. De omschrijving ‘voor andere dan bedrijfsdoeleinden’ omvat voormeld gebruik. In dat verband kan ook nog worden verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie EU van 13 maart 2008, C-437/06 (Securenta).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4, en de alinea staat in dat document op bytes 105408 tot 106140.