Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:88.

In gevallen waarin (iets) meer dan een symbolische vergoeding voor het privégebruik zal worden gevraagd - die (beduidend) lager ligt dan het bedrag van de gemaakte uitgaven - aan een werknemer, niet aftrekgerechtigde persoon, zou indien de heffing van omzetbelasting beperkt blijft tot het bedrag van de vergoeding een aanzienlijk belastingvoordeel kunnen worden bewerkstelligd. In dat geval wordt omzetbelasting bespaard ten opzichte van het geval dat de terbeschikkingstelling van de auto om niet geschiedt, waarbij de heffingsmaatstaf immers bestaat uit de omvang van de gemaakte uitgaven voor het privégebruik. Om deze ontwijking te voorkomen kent art. 8, vierde lid, Wet OB 1968 vanaf 1 juli 2011 een maatstaf van heffing voor de onderhavige gevallen die gelijk is aan de normale waarde van de terbeschikkingstelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4, en de alinea staat in dat document op bytes 106768 tot 107605.