Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 5.16 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:88.

Het HvJ legt (…) welwillend uit dat de subjectieve vergoeding de hoofdregel vormt bij het bepalen van de maatstaf van heffing en niet de volgens objectieve maatstaven geschatte waarde. Het hof noemt art. 73 Btw-richtlijn zelfs een fundamenteel beginsel. De fiscus mag nooit meer ontvangen aan btw dan de belastingplichtige heeft geïnd. Art. 80 breekt daarop in en moet daarom strikt worden uitgelegd. De bedoeling van het artikel is het voorkomen van belastingfraude en belastingontwijking. Daarvan kan echter geen sprake zijn bij transacties tussen partijen met volledig aftrekrecht. Het antwoord van het HvJ is dan ook dat art. 80 een uitputtende regeling bevat. Een nationale regeling kan de maatstaf van heffing niet op grond van deze bepaling vaststellen op de normale waarde in andere gevallen dan in dat artikel omschreven. Met name niet wanneer de belastingplichtigen recht hebben op volledige btw-aftrek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4, en de alinea staat in dat document op bytes 173445 tot 174374.