Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 5.21 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:88.

In punt 2 betoogt belanghebbende dat zij en haar werknemers niet ‘verbonden’ zijn in de zin van artikel 80, lid 1, van de Btw-richtlijn dan wel artikel 8, lid 4, letter a, van de Wet OB, omdat het beschikbaar stellen van een bestelauto ‘een secundaire arbeidsvoorwaarde [is] die feitelijk tussen belanghebbende en de berijder wordt overeengekomen vóórdat de arbeidsovereenkomst wordt gesloten’. Belanghebbende en de berijder zouden daarom ‘tot het moment van het sluiten van die overeenkomst (…) als onafhankelijke partijen [handelen], waarvan kan worden aangenomen dat zij op zakelijke basis met elkaar handelen, bijvoorbeeld over de hoogte van de eigen bijdrage’. Naar de mening van belanghebbende wordt ‘daarmee (…) niet voldaan aan de letterlijke vereiste voor de toepassing’ van genoemde bepalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4, en de alinea staat in dat document op bytes 179546 tot 180641.