Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:884.
Ter zake van het vierde geschilpunt overwoog de Rechtbank dat artikel 8, onderdelen c en e, van de Wet bescherming persoonsgegevens, in samenhang gezien met artikel 55 AWR, voldoende basis vormt voor het door de Inspecteur overgelegde convenant tussen de Politie en de Belastingdienst, en daarmee voor het verstrekken van de onderhavige gegevens. Bovendien is volgens de Rechtbank de termijn die is verstreken tussen het maken van de foto’s in 2010 en het opleggen van de naheffingsaanslagen in 2012 niet dermate lang dat artikel 10 van de Wbp is geschonden. Tot slot oordeelt de Rechtbank dat het systeem van kentekenherkenning niet in strijd is met het EVRM, omdat het gaat om gegevens die bestaan los van de wil van belanghebbende en zij niet van belanghebbende zelf afkomstig zijn (zie r.o. 2.10.1 t/m 2.10.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0b26d44470bbfe790b8b9f390f69e39c12c7bb46175969fec13e38058be655ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0b26d44470bbfe790b8b9f390f69e39c12c7bb46175969fec13e38058be655ba, en de alinea staat in dat document op bytes 20032 tot 20862.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0b26d44470bbfe790b8b9f390f69e39c12c7bb46175969fec13e38058be655ba | shasum -a 256