Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:885.
Een eerste, fundamenteel onderdeel van het legaliteitsvereiste zoals het Hof dat heeft ontwikkeld, is de eis dat de beperking enige basis heeft in het nationale recht. Afhankelijk van de relevante uitzonderingsclausule wordt dit geformuleerd als een vereiste dat sprake is van een ‘basis in domestic law’, of van ‘lawfulness’ van de inbreuk. Dit vereiste staat dan nog los van de kwaliteit van die wettelijke basis, die wordt beoordeeld aan de hand van de vereisten van toegankelijkheid en voorzienbaarheid (…). Het gaat er bij het vereiste van een wettelijke basis vooral om dat de staat kan aantonen dat enige wettelijke basis voorhanden is. Wel is vereist dat deze wettelijke basis daadwerkelijk is gericht op de beperking van het recht in kwestie. Het Hof heeft in dit verband vaak moeite met het gebruik van heel algemeen geformuleerde bevoegdheidsgrondslagen, zoals blijkt uit P.G. & J.H t. VK (2001). Daarin werd het plaatsen van afluisterapparatuur gebaseerd op de algemene bevoegdheid van politie om bewijs te verzamelen, omdat een specifiekere grondslag op het relevante moment nog ontbrak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e, en de alinea staat in dat document op bytes 43024 tot 44286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e | shasum -a 256