Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:885.

In de voorgaande onderdelen ben ik ingegaan op gevallen waarin de inspecteur de informatie op onbevoegde wijze heeft verkregen. Een andere situatie is die waarin de inspecteur rechtmatig informatie heeft opgevraagd bij en verkregen van derden, maar deze derde de informatie onbevoegd heeft verkregen. Deze situatie heeft niet zonder meer tot gevolg dat de informatie niet door de inspecteur mag worden gebruikt bij het opleggen van de aanslag. Dit is alleen het geval als de inspecteur, door gebruik te maken van dat bewijs, in strijd handelt met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, en meer in het bijzonder met het zorgvuldigheidsbeginsel (zie HR BNB 1992/306). Hiervan is in ieder geval sprake wanneer het bewijs is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht (het ‘zo zeer’-criterium).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e, en de alinea staat in dat document op bytes 70625 tot 71653.