Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016

Onder 6.13 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:885.

Ten aanzien van het scannen en vergelijken doen zich twee scenario’s voor. Het eerste is dat de andere overheidsorganisatie zelf een grondslag heeft voor het scannen van kentekens. Vanaf het scannen tot aan het resultaat is dan sprake van een aparte Wbp route waarvoor deze organisatie verantwoordelijk is. Het tweede scenario houdt in dat de kentekens gescand worden met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak maar dat deze verstrekt worden aan de andere overheidsorganisatie indien daar een grondslag voor is op basis van de Wpg. In de wet is voorzien in strikte criteria die een dergelijke verstrekking met waarborgen omkleden. De verstrekking van gescande kentekens zal in ieder geval noodzakelijk moeten zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang als de grondslag voor verstrekking wordt gevonden in artikel 19 Wpg of artikel 20 Wpg. Dit scenario houdt ook in dat afspraken gemaakt moeten worden met de andere overheidsorganisatie. Uit zowel de Wpg als de Wbp volgt dat gescande kentekens die niet tot een hit leiden direct vernietigd moeten worden wegens het ontbreken van de noodzaak deze langer te verwerken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e, en de alinea staat in dat document op bytes 104465 tot 105622.