Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016
Onder 7.27 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:885.
In de rechtspraak wordt aangenomen dat bij kortstondige waarnemingen op de openbare weg de persoonlijke levenssfeer niet in het geding is, althans niet in die mate dat dit gebaseerd moet zijn op een speciale bevoegdheid (EHRM, Peck v. Verenigd Koninkrijk, 44647/98, 28 januari 2003; HR 20 april 2004, LJN AL8449). Hierbij is relevant dat bestuurders van voertuigen kunnen weten en verwachten dat hun voertuig op de openbare weg aan de hand van het kenteken door de politie kan worden waargenomen. Het is van algemene bekendheid dat het kenteken op de kentekenplaat ertoe dient dat bestuurders van auto’s op de weg kunnen worden herkend ten behoeve van de handhaving van wet- en regelgeving. Bestuurders van voertuigen kunnen redelijkerwijs geen verwachting hebben dat zij voor de politie onopgemerkt blijven. Zoals tot uitdrukking komt in de rechtspraak van het EHRM, is voor de vraag of sprake is van inmenging in de persoonlijke levenssfeer de «reasonable expectation of privacy» van betrokkene van belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e, en de alinea staat in dat document op bytes 155896 tot 156922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e | shasum -a 256