Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:885.

7. De formulering 'zonder een beroep te behoeven doen op een wettelijke bevoegdheid' zou de indruk kunnen wekken dat deze mogelijkheid ook bestaat in situaties waarin de inspecteur wel over een wettelijke bevoegdheid beschikt om de informatie te vragen. Op grond van art. 47, eerste lid, AWR is iedereen verplicht om 'desgevraagd' informatie aan de inspecteur te verstrekken die voor zijn eigen belastingplicht van belang kan zijn. Betekent de formulering van de Hoge Raad nu dat de inspecteur die informatie ook aan de belastingplichtige kan vragen zonder dat art. 47 AWR in beeld komt, zeg maar op informele wijze? Dat zou betekenen dat de verplichting tot informatieverstrekking en de daaraan gekoppelde sancties, zoals omkering van de bewijslast, pas in beeld komen als de inspecteur zich op deze wettelijke regeling beroept. Die gevolgtrekking lijkt mij niet juist. De belastingplichtige moet de informatie 'desgevraagd' verstrekken. De vraag van de inspecteur is dus al voldoende om de verplichting tot medewerking in het leven te roepen, ook wanneer de inspecteur niet duidelijk maakt dat hij de vraag op grond van een wettelijke bevoegdheid stelt

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf4d7b1990230b2edee627b0e0386cbd5fdeb8175e08bce5f9c977adc10281e, en de alinea staat in dat document op bytes 34715 tot 35882.