Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.
Wat betreft deze handelingen is in het nieuwe zevende lid van artikel 8 van de Wet OB bepaald dat de maatstaf van heffing moet worden gesteld op de door de ondernemer voor het verrichten van de diensten «gemaakte uitgaven». Deze bepaling is gebaseerd op artikel 11, A, lid 1, onder c, van de Zesde Richtlijn en zal in de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 nader worden uitgewerkt. Daarbij zal een onderscheid worden gemaakt naar «gebruiksdiensten» (dat wil zeggen diensten die bestaan in het gebruik om niet van een tot het bedrijf behorend goed voor «bijzondere doeleinden») en naar «andere diensten» (dat wil zeggen het om niet verrichten van diensten voor «bijzondere doeleinden», andere dan het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 97804 tot 98581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1 | shasum -a 256