Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.

3. Het is op zijn minst twijfelachtig of de bijtelling volgens het forfait richtlijnconform is. Ten eerste omdat het forfait niet alleen ziet op de aanschafkosten van de auto maar ook op de kosten die met het houden van de auto verband houden zoals onderhouds-/brandstof-/parkeer- en verzekeringskosten. De BTW op die ‘bijkomende kosten’, is ook ineens en volledig aftrekbaar en de bijtelling ziet mede op deze prestaties. Het Hof van Justitie rept niet over het privégebruik van deze samenhangende kosten, maar daar zou nog wel eens een addertje onder het gras kunnen zitten omdat het leerstuk van de vermogensetikettering alleen geldt voor investeringsgoederen en niet voor niet-investeringsgoederen (zoals brandstof) en diensten. De gekozen systematiek (aftrek gevolgd door een bijtelling) is voor de samenhangende kosten niet richtlijnconform. Ten tweede is de bijtelling, ongeacht de ouderdom van de auto, gebaseerd op de cataloguswaarde en niet op de werkelijke waarde/kosten, terwijl de Zesde richtlijn daar wel van uitgaat. Deze vaststelling leidt door de bank genomen tot een te hoge forfaitaire bijtelling. Ten derde is het forfait gebaseerd op de gedachte dat woon-werkverkeer zakelijk verkeer is. Dat lijkt een onjuist uitgangspunt gelet op het feit dat het Hof van Justitie onlangs heeft geoordeeld dat het gebruik van een zakelijk geëtiketteerde auto voor woon-werkverkeer in beginsel een fictieve prestatie is. Het woon-werkverkeer is een niet te verwaarlozen factor. Door dit niet mee te wegen pakt het forfait te laag uit. Ten vierde wordt de correctie bepaald aan de hand van een niet-bestaand BTW-tarief van 12%. Dit tarief is een praktisch mengtarief. Als echter geen rekening wordt gehouden met de bijkomende kosten, dan lijkt een percentage van 19 het enig juiste. Ten vijfde bevat het forfait geen tegenbewijsregeling en dat lijkt mij, in gevallen waarin wordt afgeweken van de regeling die de Zesde richtlijn voorschrijft, mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Gomes Valente, wel een vereiste. Kortom: er zijn nogal wat haken en ogen waardoor het lastig is om te bepalen of sprake is van een (per saldo) juiste bijtelling. Maar laten we wel wezen: het zou toeval zijn als het zo was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 142952 tot 145201.