Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.

3. Het antwoord van de Hoge Raad op de vraag of het forfait richtlijnconform is, komt niet als een verrassing: van het forfait kan niet worden gezegd dat het op proportionele wijze rekening houdt met de daadwerkelijke omvang van het privégebruik. De berekeningsmethode verdraagt zich dus niet met de Zesde richtlijn. Een begrijpelijk oordeel dat overigens geen gevolgen heeft voor de geldigheid van het forfait. De Hoge Raad verwijst in dat kader naar zijn eerdere jurisprudentie. Het oordeel heeft echter wel gevolgen voor de toepassing van het forfait. Als de belanghebbende met recht aanvoert dat hij op grond van het forfait te veel betaalt, dus meer dan zijn privégebruik rechtvaardigt, dan mag dat meerdere niet worden (na)geheven, omdat art. 11 letter A lid 1 onderdeel c Zesde richtlijn een direct werkende bepaling is. Dit oordeel ligt geheel in lijn met de conclusie van A-G Kokott in de zaak Van Laarhoven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 150797 tot 151729.