Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.

Ook als voor het privégebruik van de auto van de zaak geen vergoeding wordt betaald, dient over dat privégebruik toch omzetbelasting te worden geheven. Uit art. 26 en 75 btw‑richtlijn vloeit voort dat omzetbelasting verschuldigd is over de kosten die de ondernemer (werkgever) voor dat privégebruik heeft gemaakt. De Nederlandse Wet OB 1968 bevat een in essentie gelijkluidende regeling. De staatssecretaris van Financiën stelt zich op het standpunt dat het wettelijk systeem met zich meebrengt dat het aandeel van de kosten voor het privégebruik in de totale kosten wordt bepaald op grond van een kilometerregistratie. In het geval een kilometerregistratie ontbreekt, staat hij als uitvoerende macht (bij besluit) toe dat de jaarlijkse btw-correctie voor het privégebruik wordt gesteld op 2,7% van de cataloguswaarde van de betreffende auto. Als van die goedkeuring gebruik wordt gemaakt, wordt dus niet alleen het aandeel privékilometers forfaitair bepaald, maar geldt hetzelfde voor de kosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 156291 tot 157309.