Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.

Art. 8 lid 7 van de wet bepaalt voor het geval dat sprake is van een fictieve dienst dat de vergoeding wordt gesteld op de door de ondernemer voor het verrichten van de dienst gemaakte uitgaven. Daarin wordt tevens aangegeven dat bij ministeriële regeling vervolgens nog nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot (de bepaling van) deze uitgaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 161769 tot 162141.