Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.
Unierechtelijk richtinggevend is het arrest Van Laarhoven van het HvJ. Uit dit arrest volgt dat het aan een Lidstaat in principe is toegestaan om de uitgaven die samenhangen met het privégebruik van een om niet ter beschikking gestelde auto van de zaak, dus de maatstaf van heffing in de (destijds) Zesde richtlijn en thans de Btw-richtlijn, in zijn wet- en regelgeving tot op zekere hoogte te bepalen aan de hand van een forfaitaire berekeningsmethode. Wanneer de door de belastingplichtige verschuldigde btw op forfaitaire wijze wordt berekend, moet gewaarborgd zijn dat (onder meer) aan het evenredigheidsbeginsel wordt voldaan: de forfaitair berekende btw moet noodzakelijkerwijs evenredig zijn aan ‘de omvang van het privégebruik van het betrokken goed’. Deze evenredigheid vloeit volgens het HvJ daaruit voort dat de maatstaf van heffing van thans de Btw-richtlijn moet worden geëerbiedigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 173631 tot 174867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1 | shasum -a 256