Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:89.

Volgens de Hoge Raad in zijn eindarrest in de zaak Van Laarhoven behoefde strijdigheid van een forfaitaire berekeningsmethode van (destijds) artikel 15, lid 1, van de UB OB, met de richtlijn geen gevolgen te hebben voor de geldigheid van het in dat artikellid bepaalde als zodanig. Die strijdigheid heeft wel gevolgen wanneer de belastingplichtige met recht aanvoert dat toepassing van het forfait ertoe leidt dat meer belasting wordt geheven dan volgens de in de richtlijn neergelegde maatstaf van heffing toelaatbaar is. Leidt het forfait er evenwel toe dat minder belasting wordt geheven dan door de richtlijn, met adequaat te achten directe werking, is voorgeschreven, dan ondervindt de belastingplichtige geen nadeel en belemmert de richtlijn toepassing van een forfait niet. Het is aan de belastingplichtige om de voor de vaststelling van de uitgaven voor privégebruik van de ‘auto van de zaak’ benodigde gegevens te verstrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58b7be5bd30e72b25ec788f7944f0b81964cbb5c07354aa65b9d5c98866eb5c1, en de alinea staat in dat document op bytes 176237 tot 177446.