Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

“[…] Ik zou willen opmerken dat de structuur [van de Wet Vpb; PJW] niet over het hoofd word gezien. Wij doen doelbewust iets, dat niet past in de structuur van de vennootschapsbelasting. Dat erken ik. Maar wat is de achterliggende oorzaak daarvan? Die ligt hierin, dat toch niet aanvaardbaar is dat degenen die in werkelijkheid zelf geen verliezen hebben geleden, gebruik kunnen maken van een verliescompensatie, iets, waardoor zij niet op een billijke wijze bijdragen aan de lasten van het overheidsapparaat. Dat is het uitgangspunt. Dat is naar mijn gevoelen niet acceptabel in deze rechtsstaat. Ik wil daarbij niet het woord “misbruik” in de mond nemen. Dat vind ik niet juist. Wanneer de overheid door haar recht de gelegenheid laat dat iemand op oneigenlijke wijze gebruik maakt van bepaald rechtsregels, dan wil ik niet degene zijn die daarvoor het woord “misbruik” gebruikt. Ik wil wel zeggen, dat het niet de bedoeling van de wetgever is dat iemand, door middel van aankoop van een verlies-n.v. een verlies dat hij zelf niet heeft geleden in mindering brengt op zijn belastbare winst. Ik geloof dat ik de plicht heb, bij het tot stand komen van deze wet daartegen een dam op te werpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 86426 tot 87644.