Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 7.10 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

Over de vragen wat onder normale zorgvuldigheid kan worden verstaan en wanneer in redelijkheid getwijfeld en nader onderzocht moet worden lees ik enige bloemen uit de rechtspraak. Uit HR BNB 1958/255 en HR BNB 1996/115 volgt dat de inspecteur de aangifte moet vergelijken met de gegevens die - ten tijde van de aanslagregeling - in het dossier van de belastingplichtige ter inspectie aanwezig zijn, waaronder de aangiften en aanslagen over vorige jaren, renseignementen en controlerapporten. In HR BNB 1987/236 overwoog u dat in het algemeen niet van de fiscus kan worden gevergd dat ter inspectie aanwezige maar niet voor de onderwerpelijke aangifte van belang zijnde, en bovendien niet in het dossier van de belanghebbende aanwezige gegevens worden geraadpleegd. Het ging in dat geval om de aangifte over een later jaar. In HR BNB 2015/166, over een aanslag IB/PVV van een firmant in een v.o.f., oordeelde u dat de inspecteur niet verplicht is dossiers te raadplegen die zijn aangelegd voor andere belastingplichtigen of andere belastingen, ook al zouden daarin mogelijkerwijs gegevens kunnen worden aangetroffen die voor het regelen van de aanslag van belang kunnen zijn. Slechts indien in het dossier aanwezige gegevens daartoe redelijkerwijs aanleiding geven, is de inspecteur gehouden tot een onderzoek buiten het dossier. In HR BNB 1999/445 oordeelde u dat een geïntegreerde werkwijze van de Belastingdienst tot gevolg kan hebben dat tot de te raadplegen gegevens ook behoort de aangifte vennootschapsbelasting van een met de directeur/grootaandeelhouder (dga) verbonden vennootschap. HR BNB 2002/38 hield in dat de inspecteur pas nader onderzoek hoefde in te stellen toen bij de BV een omvangrijke wijziging van de rekening-courantschuld kon worden waargenomen hoewel de dga geen aangifte inkomstenbelasting had gedaan. In HR BNB 2005/178 overwoog u dat een geïntegreerde werkwijze meebrengt dat een tot het geïntegreerde team behorende ambtenaar zijn teamgenoot in kennis stelt van hem bij zijn beoordeling van een aangifte (IB) opvallende veranderingen als hij redelijkerwijs het mogelijke belang moet inzien van het attenderen van die teamgenoot in verband met de aanslagregeling (Vpb) waarmee die teamgenoot is belast. Uit HR BNB 2002/405 volgt dat als de inspecteur vóór het opleggen van de aanslag een onderzoek begint (in het geval van deze casus een onderzoek naar de woonplaats), hij kennelijk twijfelde aan de juistheid van de aangifte op dat punt zodat hij de aanslag in beginsel niet conform aangifte kan opleggen. Legt hij toch een aanslag op zonder de uitkomsten van dat onderzoek af te wachten, dan volgt uit HR BNB 2014/230 dat hij een ambtelijk verzuim begaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 181725 tot 185477.