Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 7.14 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Na deze – nog uiterst beperkte – bloemlezing kan men Van Brunschot (zie voetnoot 68) moeilijk ongelijk geven in zijn opvatting (mijn weergave) dat de eis van een nieuw feit tot hopeloos onoverzichtelijke casuïstiek en arbitraire oordelen leidt. Ook het geval van de belanghebbenden lijkt mij een illustratie van de juistheid van zijn opvatting dat de eis van het nieuwe feit geen zegen is en het recht niet noodzakelijk beter dient dan de rechtszekerheids- en vertrouwensbeginselen: het Hof heeft zich tien dichtbedrukte bladzijden lang moeten verdiepen in de interne administratieve, organisatorische en personele gang van zaken bij de fiscus, in diens contacten met de belanghebbenden, in de vragen wie wanneer wat waarom wist of had moeten weten, in de counterfactual wereld als de Inspecteur wél een onderzoek was begonnen (wat zou daar dan uit gekomen zijn?) en in de vraag naar denkbare niet -onwaarschijnlijke andere, wel aanvaardbare scenario’s; een en ander met weinig rechtsgevoel bevredigend resultaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 188706 tot 189845.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256