Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 7.17 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

Deze maatstaf is die van uw boven weergegeven rechtspraak. Daarover wordt ook niet zichtbaar gestreden, maar wel klaagt de Staatssecretaris dat het Hof van een verkeerde rechtsopvatting over de reikwijdte van de onderzoekplicht van de Inspecteur is uitgegaan doordat hij in hindsight (ik lees: met hindsight bias ) heeft geoordeeld. Als deze klacht inhoudt dat het Hof de opmerkzaamheid van de Inspecteur naar het verkeerde tijdstip heeft beoordeeld (niet naar het moment van aanslagregeling), meen ik dat ’s Hofs oordeel geen feitelijke grondslag voor die klacht biedt. Het Hof heeft geoordeeld dat bij de Inspecteur – mede gegeven de eerdere bespreking over de kapitaalsbelasting - twijfel had moeten rijzen als hij met een normale zorgvuldigheid van de inhoud van de aangiften kennis had genomen, waaruit noodzakelijkerwijs volgt dat hij de onderzoekplicht heeft beoordeeld naar het moment van kennisneming van de aangifte; ik zie geen aanwijzingen dat het Hof een ander beoordelingstijdstip heeft gekozen. Dat niet alle informatie de inspecteur bekend was ten tijde van de aanslagregeling, is niet relevant. Uit ’s Hofs overwegingen volgt dat naar zijn feitelijke oordeel de door de fiscus achteraf als relevante samenhang beschouwde omstandigheden bij nader onderzoek redelijkerwijs aan het licht zouden zijn gekomen. Als deze klacht inhoudt dat het Hof zijn oordeel over de taakvervulling van de Inspecteur bij de aanslagregeling ten onrechte heeft laten beïnvloeden door zijn achterafkennis van zowel vork als steel, welke kennis de Inspecteur niet bezat, zie ik evenmin feitelijk grondslag in ’s Hofs oordeel. Het Hof is minutieus – tien dichtbedrukte bladzijden lang - nagegaan, aan de hand van de vóór de aanslagregeling in de systemen van de fiscus vastliggende informatie en van de in de aangiften verstrekte informatie, wie wanneer wat geweten moet hebben, had moeten beseffen, had moeten betwijfelen c.q. had moeten onderzoeken, en hij heeft uitgebreid gemotiveerd waarom. Ik zie geen aanwijzingen dat ’s Hofs gedetailleerde oordeel besmet zou zijn door “de gedachte, dat in de achteruitkijkspiegel iedereen een vooruitziende blik heeft”. In wezen bestrijdt ook deze klacht mijns inziens slechts een feitelijk oordeel en niet een juridische maatstaf. Zelfs als wél sprake zou zijn van hindsight bias , zou dat dus niet wegnemen dat het – behoudens motiveringsgebrek - om een cassatie onaantastbaar oordeel gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 192018 tot 194680.