Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 7.20 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Het Hof heeft zijn oordeel met name doen steunen op de informatie die de Inspecteur tijdens en naar aanleiding van de bespreking over de kapitaalsbelasting verkreeg en de daarover bij hem gerezen vragen en gemaakte opmerkingen, en op hetgeen de Inspecteur redelijkerwijs uit de aangiften van de belanghebbenden moest afleiden. Hij heeft geoordeeld (r.o. 4.2.13) dat de Inspecteur er bij het regelen van de aanslagen 2005 van de belanghebbenden 3 en 9 al bekend mee was of redelijkerwijs had kunnen zijn dat (i) het ging om de aankoop van ‘winstvennootschappen’, (ii) de winsten van deze aangekochte vennootschappen in datzelfde jaar met een groot bedrag aan rente werd geëlimineerd, (iii) het ingeleende geld binnen de [X] -groep werd geïnvesteerd en (iv) er een samenhang bestond tussen de door deze winstvennootschappen verworven deelnemingen en de door hen aangegane concernfinanciering. Het Hof heeft daartoe redengevend geacht (r.o. 4.2.12) dat uit de aangiften gemakkelijk kon worden afgeleid dat de aandelen in belanghebbende 3 en 9 in de loop van 2005 door Holdings BV waren aangekocht, dat zij op hun beurt 7 respectievelijk 14 vennootschappen hadden aangekocht waarin voorheen activiteiten werden uitgeoefend die in 2005 tot bijzondere realisatiewinsten hadden geleid, deze aangekochte vennootschappen vervolgens in een fiscale eenheid met belanghebbende 3 respectievelijk 9 als moedermaatschappij waren opgenomen vóórdat in datzelfde jaar de aandelen in belanghebbende 3 en 9 aan Holdings BV werden overgedragen, beide belanghebbenden in dat jaar een zeer omvangrijke concernlening aangingen, de daarop verschuldigde rente vrijwel gelijk was aan het bedrag van de gerealiseerde bijzondere baten, en het geleende geld werd geïnvesteerd in een deelneming in een in Luxemburg gevestigde groepsvennootschap. Gezien de omvang van de groepsschuld per 31 december 2005, zoals vermeld in de in de aangifte opgenomen fiscale balans (zie 2.16.2), achtte het Hof de conclusie onvermijdelijk dat er verband bestond tussen de nieuw verkregen deelnemingen en de aangegane concernleningen. Het Hof heeft vervolgens overwogen (r.o. 4.2.14) dat dit gevolg te meer getrokken moet worden als de tijdens de bespreking over de kapitaalsbelasting verkregen informatie en de daarover bij de Belastingdienst gerezen vragen worden meegewogen. Het Hof heeft aannemelijk geacht dat de klantcoördinator ook daarmee ten tijde van de aanslagregeling bekend was omdat die informatie in het entiteitsdossier vennootschapsbelasting van de belanghebbenden zat of had moeten zitten (4.2.10) en/of de klantcoördinator bekend was uit de contacten van november 2006 met de adviseur van de belanghebbenden en de raadpleging van het dossier kapitaalsbelasting (4.2.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 196700 tot 199465.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256