Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 8.9 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

-5. De door de Hoge Raad geformuleerde regel dat slechts sprake is van kwade trouw indien de daarvoor vereiste bewustheid aanwezig was ten tijde van het doen van aangifte, is alleen van toepassing 'in een geval als het onderhavige, waarin een te lage aanslag is opgelegd als gevolg van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking in de aangifte'. In andere gevallen kan er dus wel kwade trouw ontstaan na het indienen van de aangifte. Hiermee doelt de Hoge Raad ongetwijfeld op de situatie dat de Inspecteur om informatie verzoekt ex art. 47 AWR. Als de belastingplichtige, die te goeder trouw zijn aangifte heeft ingediend, bij de beantwoording van de vragen van de Inspecteur opzettelijk onjuiste informatie verstrekt, is eveneens sprake van kwade trouw. De vereiste bewustheid ontstaat in deze situatie echter pas na het indienen van de aangifte.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 220528 tot 221396.