Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 8.11 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Op de regel dat het toetsingsmoment voor kwade trouw het moment is waarop de aangifte werd ingediend, bestaat volgens mij een uitzondering. Wanneer de belastingplichtige een aanvulling op zijn aangifte doet, is volgens mij het moment van het doen van die aanvulling het toetsingsmoment van kwade trouw (en niet het moment waarop de aangifte is gedaan). Stel dat X in bovenstaand voorbeeld de aangifte IB 2009 pas in juli 2010 zou hebben gedaan en hij daarbij de kapitaalverzekering voor € 200 000 had opgenomen. In dat geval zou hij te kwader trouw zijn, omdat hij op dat moment wist dat de kapitaalverzekering een waarde had van € 260 000. Stel dat X vervolgens in december 2010 de volgende brief aan de inspecteur stuurt: 'Mijn aangifte IB 2009 bevat een onjuistheid. De waarde van de kapitaalverzekering bedraagt geen € 200 000, maar € 260 000. Ik verzoek u het box 3-inkomen € 2400 hoger vast te stellen (4% x € 60 000).' Als de inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag geen acht slaat op de aanvulling van de aangifte, kan hij een eventuele navorderingsaanslag naar mijn mening niet baseren op kwade trouw. De kwade trouw van de aangifte (op 1 april 2010) is volgens mij opgeheven door de aanvulling op de aangifte (in december 2010).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 224378 tot 225659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256