Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 8.13 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

Ik merk op dat volgens art. 16(1) AWR de kwade trouw moet bestaan ter zake van “dit feit,” i.e. het feit dat “grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag (…) tot een te laag bedrag is vastgesteld.” De vraag rijst of de kwade trouw die de Staatssecretaris stelt, zich voordoet met betrekking tot een zodanig “feit”. Is het bestaan van een ‘verdienmodel’ een zodanig feit? Is het motief voor een samenstel van (wél bekend gemaakte) rechtshandelingen een dergelijk feit? Het verwijt komt er mijns inziens op neer dat de belanghebbenden gezwegen hebben over hun antifiscale motieven (ten dele, want het was de Inspecteur wél bekend dat ‘optimaal’ gebruik werd gemaakt van de Bosal-mismatch , hetgeen hij in combinatie met de vermijding van kapitaalsbelasting ‘onsympathiek’ achtte) c.q. over het antifiscale verband tussen (wél verstrekte) gegevens, welk antifiscale verband er volgens de belanghebbenden overigens ‘van af droop’ (verweerschrift in cassatie van 8 april 2016, gemeenschappelijke bijlage, p. 8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 226567 tot 227730.