Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 8.15 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Het Hof heeft geoordeeld (r.o. 4.2.27) dat de inspecteur ‘niet aannemelijk [heeft] gemaakt dat hij vóór het opleggen van de definitieve aanslagen reeds zodanig specifieke vragen heeft gesteld over de door hem uiteindelijk als nieuwe feiten aangemerkte aspecten van de verrichte rechtshandelingen en ingediende aangiften, dat belanghebbenden of hun adviseurs door hun daarop gegeven antwoorden (voorwaardelijk) opzettelijk onjuiste inlichtingen hebben verstrekt’. De Staatssecretaris klaagt dat het Hof heeft miskend dat tijdens de bespreking ook over de vennootschapsbelastingaspecten van de transacties is gesproken en het dus op de weg van de belanghebbenden zou hebben gelegen om de inspecteur tijdens die bespreking volledig en juist in te lichten, maar geeft niet aan waarom dit bewijsoordeel onjuist of onvoldoende gemotiveerd zou zijn. Hij geeft niet aan welke specifieke vraagstelling door de Inspecteur het Hof aannemelijk had moeten oordelen en waarom, noch welke antwoorden het Hof opzettelijk niet gegeven of onjuist had moeten oordelen en waarom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 229235 tot 230378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256