Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 8.18 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

Voor wat betreft de informatieverstrekking in de aangifte komt het middel er op neer dat de belanghebbenden gehouden waren de in 8.12 genoemde informatie in hun aangiften op te nemen. Het aangifteformulier vraagt daar echter niet naar en ik zie dan ook geen rechtskundig onjuist inzicht in ’s Hofs oordeel (r.o. 4.2.26) ‘dat belanghebbenden niet gehouden waren – gelet op het (objectief) pleitbare standpunt dat de geclaimde renteaftrek diende te worden verleend – in hun aangiften (spontaan) inzicht te verschaffen in de (potentiële) samenhang tussen de verrichte rechtshandelingen alsmede de bestemming van door de buitenlandse deelnemingen gepleegde investeringen (“de uiteindelijke bestemming van de gelden”)’. Dan resteert – behoudens de samenhang met ’s Hofs in onderdeel 9 te behandelen oordeel dat belanghebbendes standpunt pleitbaar was - de kennelijke stelling dat van opzettelijk onjuiste informatie of opzettelijk onthouding van informatie sprake was bij de beantwoording van de vraag in het formulier naar transacties met gelieerde partijen, waarop de belanghebbenden hebben geantwoord dat transacties waren verricht “(with group companies) in the ordinary course of business”. De belanghebbenden zijn – met fiscaal motief, zeker, maar dat hoeft niet spontaan gemeld te worden - tussengeschoven in de ook zonder hen reeds bestaande geldstroom tussen [X London Branch] en [X Ltd.] . In zoverre lijkt sprake van ordinary course of business . Anders dan de Staassecretaris suggereert, suggereert het gegeven antwoord niet dat de ‘ordinary business’ van de belanghebbenden (slechts) ‘het bankbedrijf’ zou zijn. Gegeven het niet-bestaan van een verplichting tot het spontaan melden van fiscale motieven van transacties of tot ( advance ) disclosure van een fiscaal master plan , waar het formulier dan ook niet naar vraagt, rijst de vraag tot welk antwoord de belanghebbenden hier volgens de Staatssecretaris verplicht waren. De Inspecteur was al tijdens de bespreking over de kapitaalsbelasting op de hoogte van de voorgenomen business om ‘optimaal’ en ‘onsympathiek’ gebruik te maken van de Bosal-mismatch . Uit de door het Hof geciteerde gespreksverslagen blijkt dat de belanghebbenden ook hebben ‘acknowledged’ dat gebruik werd gemaakt van de Bosal-mismatch . De Staatssecretaris kan toegegeven worden dat de door hem gewraakte beantwoording op het formulier als ontwijkend kan worden beleefd, maar dat is nog geen opzet op valse informatie of opzettelijke verzwijging; dat de belanghebbenden fiscaalrechtelijk niet op ‘sympathiek’ gedrag betrapt kunnen worden, had de Inspecteur reeds vastgesteld tijdens de bespreking over de kapitaalsbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 233200 tot 236195.