Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 9.4 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Het middel omvat blijkens de toelichting een aantal klachten: (i) het Hof heeft ten onrechte een objectieve toets van pleitbaarheid aangelegd. Uit HR BNB 2013/200 zou kunnen worden afgeleid dat u (inmiddels) subjectief, althans subjectiever dan voorheen toetst, net als - aldus de staatssecretaris - uw strafkamer bij de vraag of het vereiste opzet op onjuistheid van de aangifte bij de verdachte belastingplichtige bestond; (ii) ‘s Hofs bevinding van objectieve pleitbaarheid is niet begrijpelijk omdat zijn overweging (‘dat de onderhavige grootschalige tax planning structuur zozeer in strijd komt met doel en strekking van de Wet Vpb 1969, waaronder artikel 20a van die wet, dat zij in haar beoogde fiscale gevolgen dient te worden getroffen door toepassing van het leerstuk van fraus legis’) impliceert dat het standpunt van de belanghebbenden objectief niet pleitbaar was. Dat het objectief pleitbaar zou zijn om gekunsteld rentelasten te creëren en af te zetten tegen aangekochte winsten, acht de Staatssecretaris een onjuist, althans onbegrijpelijk oordeel; de belanghebbenden hebben ook niet verwezen naar jurisprudentie of literatuur die op pleitbaarheid wijst. Uit de wetsgeschiedenis volgt die pleitbaarheid evenmin; (iii) het Hof heeft ten onrechte meegewogen dat ten tijde van het opzetten van de structuur in de maatschappelijke kringen waarvan de belanghebbenden en hun adviseurs deel uitmaakten, dergelijke structuren als legaal en toelaatbaar werden beschouwd. Die beoordelingsmaatstaf acht de Staatssecretaris onjuist. Bovendien heeft het Hof niet vermeld aan welke bron het die kennis over het maatschappelijke klimaat ontleent, heeft hij kennisneming van de door de belanghebbende verkregen opinies niet relevant geacht en is niet van algemene bekendheid dat structuren zoals de litigieuze in het maatschappelijke klimaat van toen als legaal en toelaatbaar werden beschouwd; dat hebben de belanghebbenden trouwens ook niet betoogd of aannemelijk gemaakt. De Staatssecretaris acht ‘s Hofs oordeel daarom niet-begrijpelijk. Zou het Hof zich hebben gebaseerd op eigen wetenschap, dan zou hij de partijen de gelegenheid hebben moeten bieden zich daarover uit te laten. (iv) Bij zijn afwijzing (r.o. 4.5.7) van het verzoek van de Inspecteur om de belanghebbenden te vragen die opinies op de voet van art. 8:45 Awb in het geding te brengen, is het Hof ten onrechte voorbij gegaan aan de gemotiveerde stellingen van de Inspecteur dat (a) de feiten in die opinies niet zien op de litigieuze casus maar op een Bosal -casus; (b) de belanghebbenden wisten dat zij aan de opinies geen enkele zekerheid konden ontlenen; (c) die opinies - afgegeven ná aankoop van de belanghebbenden - hen niet alleen niet kunnen disculperen, maar ook op kwade trouw wijzen en (d) de belanghebbenden en hun adviseur zich ervan bewust waren dat hun standpunt niet pleitbaar was als met alle relevante feiten rekening zou worden gehouden. Ook dat voorbijgaan acht de Staatssecretaris onjuist en onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 246796 tot 250046.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256