Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 9.15 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

7. In het hiervoor bedoelde arrest van de strafkamer van 6 maart 2012 beoordeelt de Hoge Raad of het standpunt van een belastingadviseur pleitbaar was, dat het wereldinkomen van zijn cliënt niet in Nederland aangegeven behoefde te worden, omdat zijn cliënt geen inwoner van Nederland was. Van een fiscaal pleitbaar standpunt is volgens de Hoge Raad sprake indien de belastingadviseur redelijkerwijs kon en mocht menen dat de wijze waarop hij die aangifte heeft gedaan, toelaatbaar was. Aan de toets of sprake is van een pleitbaar standpunt komt men volgens de strafkamer van de Hoge Raad slechts toe, indien de belastingadviseur op het moment dat hij aangifte doet, in de veronderstelling verkeert dat de wijze waarop deze aangifte is gedaan toelaatbaar is. De Hoge Raad formuleert hiermee een toegangseis die degene die opzettelijk onjuist handelt, geen disculpatiemogelijkheid biedt. De vraag rijst dan in welke strafzaken men dan nog toekomt aan de toetsing van het pleitbare standpunt; de gevallen waarin de opzet eerst na het handelen ontstaat, laten zich immers niet eenvoudig voorstellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 274992 tot 276103.