Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 9.19 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Lange tijd werd aangenomen dat de vraag of sprake is van een pleitbaar standpunt objectief moet worden getoetst, dat wil zeggen zonder dat bij die toetsing de beweegredenen van de belastingplichtige worden meegewogen. Zie bijvoorbeeld Feteris in zijn noot bij HR 12 september 2003, nr. 37 175, BNB 2004/75 (concl. Groeneveld, noot M.W.C. Feteris).1 In HR 12 juli 2013 nr. 12/04312, BNB 2013/200 (noot R.F.C. Spek), is echter geoordeeld dat van de subjectieve leer moet worden uitgegaan. Daarbij is overwogen dat moet worden gekeken of het door belastingplichtige ingenomen standpunt in die mate verdedigbaar is dat hij redelijkerwijs kon en mocht menen dat hij juist heeft gehandeld. Voor de vraag of een standpunt pleitbaar is, moet (zowel bij de objectieve als subjectieve leer) worden getoetst naar de stand van zaken op het moment van het begaan van het beboetbare feit, veelal het doen van de betreffende aangifte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 284050 tot 284984.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256