Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Onder 9.31 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Zeker is het uit een oogpunt van rechtseenheid wenselijk dat uw strafkamer het pleitbare standpunt op dezelfde wijze invult als uw belastingkamer. Het meest sprekende argument daarvoor is dat de keuze tussen bestuurlijke beboeting en strafrechtelijke vervolging afhangt van bestuurlijke opportuniteit en discretionaire keuzes op basis van bestuurlijke beleidsregels tot toepassing van de una via regel (art. 5:44 Awb en art. 243(2) WvSv). Aangenomen al dat de strafkamer een andere benadering volgt dan de belastingkamer (erg duidelijk vind ik dat niet: de strafzaak HR NJB 2012/727 geciteerd in 9.10 kan ook gezien worden als vergelijkbaar met de boven geciteerde gevallen van de optiegenieter en de xtc-producent: uit telefoontaps en getuigenverklaringen bleek dat de verdachte belastingadviseur nooit de intentie had enig pleitbaar standpunt in te nemen maar juist wist dat zijn cliënt niet in België woonde; jokken over de feiten, kortom), dan acht ik het niet wenselijk dat die eventuele andere benadering van de strafkamer doordringt in het fiscale punitieve bestuursrecht. Als de strafkamer al een andere koers vaart (ik vermoed dat de uitkomst zelden anders zal zijn), dan zal dat denkelijk komen doordat het strafrecht binnen diens subjectieve opzetdogmatiek niet uit de voeten kan met objectieve pleitbaarheid als disculperende omstandigheid. De oplossing daarvoor ligt echter binnen het strafrecht en voor de hand. Zoals Ilsink al opmerkte (zie 9.14 hierboven) kan het punitief-bestuursrechtelijke objectief pleitbare standpunt in de strafrechtelijke dogmatiek ingepast worden in het strekkingsvereiste van de opzetdelicten van art. 69 AWR: als een standpunt objectief pleitbaar blijkt te zijn, strekte de gedraging er (dus) (objectief) niet toe dat te weinig belasting wordt geheven en is dus dat delictsbestanddeel niet vervuld, zodat vrijspraak volgt, geheel in lijn met uw bestuurlijk-punitieve rechtspraak. Ik merk op dat het strekkingsvereiste juist in de strafwet is gekomen om de te lage heffing aan het opzetverband te onttrekken, dus om te objectiveren. U formuleerde het aldus dat:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 300694 tot 303138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005 | shasum -a 256