Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.

Ter zake van de resterende primitieve aanslagen heeft het Hof overwogen dat de artt. 20 en 20a Wet Vpb op zichzelf toelaten de winst van de belanghebbende winstvennootschappen binnen één boekjaar te salderen met de door hen verschuldigde rentelast. Reguliere wetstoepassing aldus leidt niet tot heffing. Het samenstel van transacties had volgens het Hof echter het volstrekt overwegende doel om renteaftrek af te zetten tegen van derden gekochte belastbare winsten om belastingheffing over die winsten te verijdelen. Het Hof heeft geen onderscheid gemaakt tussen de belanghebbenden die hun onderneming aan een gelieerde vennootschap hadden overgedragen en de belanghebbenden (4 en 5) die hun onderneming aan een niet met hen gelieerde partij hadden overgedragen. Hoewel enig economisch risico lag in de investeringen van de belanghebbenden in en via de [X] -groepsvennootschappen [F SA] en [H] , was dat risico volgens het Hof zo klein en beheersbaar dat het niet afdoet aan het oordeel dat het doorslaggevende motief achter de structuur lag in de verijdeling van heffing over de winsten van de belanghebbenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8935b27e73d67aecf340321a5f7324098e8b8090fc3aad49e0caeb2ba1e17005, en de alinea staat in dat document op bytes 49267 tot 50394.