Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898.

Het middel verwijst nog naar HR 16 november 2001 , waarin de Hoge Raad onder verwijzing naar de reeds aangehaalde zaak Fredin/Zweden heeft overwogen dat bij de beantwoording van de vraag of een overheidsmaatregel een de facto onteigening inhoudt, gekeken moet worden naar de effecten van die maatregel op het door die maatregel getroffen bedrijf in zijn geheel. Dit betekent dat bij een (gedeeltelijke) intrekking van een bepaalde vergunning, welke intrekking op zichzelf beschouwd wellicht als onteigening zou kunnen worden gezien , desalniettemin gekeken moet worden naar het getroffen bedrijf in zijn geheel. In Fredin/Zweden oordeelde het EHRM dat de intrekking van de vergunning om een grindmijn te exploiteren niet leidde tot een de facto onteigening van het desbetreffende perceel, omdat ook gekeken moest worden naar de omliggende percelen. In dat perspectief bezien, was volgens het Hof geen sprake van een maatregel die ‘all meaningful use’ aan de percelen in kwestie onttrok (par. 45).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1, en de alinea staat in dat document op bytes 92141 tot 93485.