Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.38 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898.

Zoals reeds gesteld, dient een maatregel die een inbreuk maakt op een eigendomsrecht bij wet te zijn voorzien, hetgeen betekent dat de inbreuk voldoende precies, toegankelijk en voorzienbaar moet zijn. Het gegeven dat in het wetgevingsproces op enig moment sprake is geweest van een gefaseerde uitkoopregeling (die overigens in het geheel niet is uitgewerkt) en/of twijfel is ontstaan over de adequaatheid van de overgangstermijn in verband met de toets van art. 1 EP – voor zover die omstandigheden al relevant zijn voor de toetsing aan art. 1 EP van de uiteindelijke maatregel – brengt naar mijn mening niet met zich dat de inbreuk daarmee arbitrair is. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt bovendien dat de keuze voor een overgangstermijn van 10 jaar geen willekeurige of arbitraire keuze is geweest. Het hof heeft tenslotte in rov. 4.3 en 4.4 de gefaseerde uitkoopregeling en de adequaatheid van de overgangstermijn wel degelijk in zijn oordeel betrokken. De slotsom is dan ook dat subonderdeel 3.1 moet falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1, en de alinea staat in dat document op bytes 108778 tot 109942.