Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.40 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de overgangstermijn met name – maar niet uitsluitend – is bedoeld om de verplichte welzijnsinvesteringen (de ‘PPE-investeringen’) terug te verdienen. Het hof heeft zich ook niet beperkt tot de vraag of de verplichte welzijnsinvesteringen kunnen worden terugverdiend, maar heeft onderzocht in hoeverre de overgangstermijn in het algemeen de schade van de nertsenhouders beperkt (zie rov. 3.3, 3.6 en 4.6). De toepassing van de fair balance -toets door het hof schiet in deze opzichten derhalve niet tekort. Voor zover het hof inderdaad heeft geoordeeld dat de beleidskeuzen van de wetgever door de rechter in beginsel moeten worden gerespecteerd, is dat oordeel juist. De rechter moet, met inachtneming van de aan de wetgever toekomende beleidsvrijheid, een zelfstandig oordeel geven over de vraag of in de gegeven omstandigheden van het geval een fair balance is getroffen. Dat zelfstandige oordeel heeft het hof in rov. 3.2 t/m 4.8 gegeven. De klachten zoals die zijn vervat in subonderdeel 3.2 falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1, en de alinea staat in dat document op bytes 111714 tot 112915.