Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898.
Het onderdeel erkent dat het oordeel van het hof over de mogelijkheid voor de Nertsenhouders om gedurende de overgangstermijn nog enige tijd winst te behalen, van overwegend feitelijke aard is en daarom in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst. Toch vraagt het onderdeel in wezen om een hernieuwde beoordeling van de feitelijke vraag of de Nertsenhouders gedurende de overgangstermijn in staat zullen zijn om winst te behalen. Hiervoor is in cassatie geen plaats. Het onderdeel mist bovendien feitelijke grondslag. Het hof heeft de in onderdeel 4.1.1 genoemde omstandigheden in rov. 3.10-3.16 wel degelijk in onderlinge samenhang beoordeeld en is tot de niet onbegrijpelijke conclusie gekomen dat de Nertsenhouders gedurende de overgangstermijn, althans gedurende het grootste deel daarvan, in staat zullen zijn om winst te behalen. Onderdeel 4.1.1 moet daarom falen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1, en de alinea staat in dat document op bytes 118347 tot 119235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1 | shasum -a 256