Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.48 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898.

Anders dan onderdeel 4.1.2 kennelijk veronderstelt heeft het hof zich niet beperkt tot een eenzijdige uitleg van het rapport KPMG I om tot de conclusie te komen dat de Nertsenhouders gedurende enige tijd nog winst konden behalen. Het hof heeft immers de door NFE c.s. aan de hand van de rapporten van Deloitte en ECORYS onderbouwde stellingen – omtrent de uitstroom van ervaren personeel, de productie en de kosten van het voer, de mogelijkheid van financiering, het uitstellen van investeringen en de daarmee gepaard gaande stilstand van innovatie – in zijn oordeel betrokken. Bovendien heeft het hof niet miskend dat de tijdens de overgangstermijn verkregen winst, voor zover deze een redelijke vergoeding voor geïnvesteerd kapitaal en arbeid niet overstijgt, niet kan bijdragen aan compensatie van de Nertsenhouders. Het hof heeft immers bezien (zie hierboven onder 2.40) in hoeverre de overgangstermijn de Nertsenhouders in staat stelt hun schade te beperken door reeds gedane investeringen terug te verdienen dan wel af te schrijven. Het hof heeft dus (impliciet) rekening gehouden met het gegeven dat aan de Nertsenhouders gedurende de overgangstermijn een redelijke vergoeding voor geïnvesteerd kapitaal en arbeid toekomt. De slotsom is dat onderdeel 4.1.2 dient te falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1, en de alinea staat in dat document op bytes 120185 tot 121485.