Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Onder 2.52 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898.
Onderdeel 4.2.1 stelt dat het hof heeft miskend dat de Nertsenhouders gebruik van de overgangstermijn moeten maken om ten minste nog enige compensatie voor hun investeringen te krijgen. Het hof heeft voorts miskend, althans ten onrechte niet nader gemotiveerd, dat gezien die omstandigheid aan de Nertsenhouders niet kan worden tegengeworpen dat zij nalaten om datgene te doen wat vereist is om na ommekomst van de overgangstermijn een andere bedrijfsactiviteit te kunnen beoefenen. Onderdeel 4.2.2 stelt dat voorts onbegrijpelijk is het oordeel van het hof in rov. 4.5 dat de Nertsenhouders andere activiteiten kunnen ontwikkelen op hun huidige locatie, nu NFE c.s. onder verwijzing naar het SRO-rapport hebben gesteld dat zulks niet realistisch is (wegens omgevingsbeperkingen, vergunningsproblemen etc.), terwijl de Staat zich slechts in respons op dit betoog heeft beperkt tot de stelling dat omschakeling naar een andere bedrijfsactiviteit niet vanzelf zal gaan en zal afhangen van de individuele nertsenhouder en de locatie. Onderdeel 4.2.3 klaagt dat onbegrijpelijk is dat het hof veronderstelt dat nieuwe activiteiten kunnen worden ontplooid op andere locaties dan de huidige, nu NFE c.s. hebben betoogd – welk betoog door de Staat niet gemotiveerd is betwist – dat de kosten van investering hoog zijn, terwijl het eigen bedrijf niet kan worden verkocht en belast is met sloopkosten, en bovendien de benodigde kennis en marktomstandigheden ontbreken. Onderdeel 4.2.4 klaagt dat het oordeel van het hof dat de voor een overstap benodigde kennis kan worden verworven dan wel ingehuurd om op korte termijn een andere activiteit te ontwikkelen, in strijd is met art. 24 en/of 149 Rv. NFE c.s. hebben immers gesteld dat de benodigde kennis ontbreekt en niet kan worden opgebouwd, hetgeen de Staat niet heeft betwist. Onderdeel 4.2.5 klaagt dat het hof in strijd met art. 19, 24 en/of 149 Rv betekenis heeft toegekend aan de periode vanaf 1999 en in ieder geval vanaf 2006, nu de Staat noch NFE c.s. een beroep hebben gedaan op de vóór 15 januari 2013 aanwezige overstapmogelijkheden, tijd en/of middelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1, en de alinea staat in dat document op bytes 123419 tot 125547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a6d1cb2e628c43eea4c2f1086ff6656e78c9bb73e59271298c8d363af5012a1 | shasum -a 256