Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:9.

De A-G Langemeijer betoogde dat op zichzelf een - ex tunc - vaststelling van de rechten en plichten van partijen over een reeds verstreken periode passend kan zijn in verband met het al dan niet verbeurd zijn van dwangsommen. In de onderhavige zaak kon dit echter niet. Het andersluidend oordeel van het hof omtrent twee van de grondslagen waarop het oordeel in eerste aanleg was gebaseerd, maakte het namelijk onmogelijk dat de op grond daarvan gegeven bevelen en verboden - gelet op hun formulering - voor het verleden in stand zouden blijven. Langemeijers opvatting impliceert dat, als die formulering anders zou hebben geluid, een bekrachtiging ten aanzien van de periode waarin dwangsommen waren verbeurd wél mogelijk was geweest, ook al achtte het hof de desbetreffende voorzieningen inmiddels niet meer nodig. De vraag of het hof een dergelijke splitsing in zijn dictum aanbrengt, is dan een kwestie van rechterlijk beleid geworden, waaraan in cassatie wel motiveringseisen kunnen worden gesteld, maar dat niet op juistheid kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4, en de alinea staat in dat document op bytes 50809 tot 51875.