Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 4.2.1. Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:9.
11. Met deze gegevens voor ogen denk ik dat van de appelrechter niet gevergd kan worden dat die in een voorkomend geval ambtshalve ingaat op de vraag of er aanleiding is voor een ‘splitsing’ als in alinea 6 hiervóór bedoeld. Als de partijen hun debat hebben geconcentreerd op de vraag of er ‘überhaupt’ redenen bestonden om een verbod als gevorderd te laten gelden en de vraag van mogelijke temporele beperking van dat verbod geheel onbesproken hebben gelaten; en als er (dus) ook geen (subsidiaire) vordering gericht op een ‘gesplitst’ verbod van het in alinea 6 bedoelde soort is geformuleerd, kán de rechter het partijdebat zo opvatten, dat voor het van hem gevraagde oordeel de bedoelde mogelijkheid van ‘splitsing’ geen rol speelt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4, en de alinea staat in dat document op bytes 62909 tot 63679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4 | shasum -a 256