Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:9.

Het is dus niet uitgesloten, zo lees ik Meccano , dat het hof een splitsing aanbrengt in ex tunc en ex nunc beoordelingen, in die zin dat het in appel ontbrekende spoedeisend belang wel tot afwijzing leidt van de voorzieningen voor de toekomst, maar de gevolgen van de eerdere veroordeling voor het verleden of tot een bepaald tijdstip gelegen voor de appeluitspraak in stand worden gelaten . De appelrechter kan dit doen door vast te stellen dat er voor de gevraagde voorziening nu geen spoedeisend belang meer is (het achterstallig loon is betaald door [B]), maar dat dit in eerste aanleg wel zo was (openstaande loonvordering van [eiser] nog niet betaald toen), dat de maatregel toen terecht is opgelegd (en eventuele verbeurde dwangsommen (speelt uiteraard niet in onze zaak) zodoende verbeurd blijven). In de conclusie voor Meccano wijst A-G Langemeijer op deze ‘retrospectie’ als mogelijke oplossing voor het probleem van een vernietiging in hoger beroep van een in eerste aanleg op straffe van een dwangsom opgelegd bevel waardoor de grondslag aan inmiddels verbeurde dwangsommen komt te ontvallen (een oplossing die overigens in de betreffende casus vanwege de formulering van de concrete veroordeling door het wegvallen van twee grondslagen in appel, niet kon worden toegepast):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d47f58160127eb092b9a0eb2e8ef54c123c2147764bd65904caabc298cc53a4, en de alinea staat in dat document op bytes 33882 tot 35389.