Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016
Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:900.
Sinds 1 januari 2005 bepaalt artikel 10a Wet LB 1964 dat heffing ter zake van aan werknemers toegekende aandelenoptierechten uitsluitend plaatsvindt bij realisatie (uitoefening of vervreemding van het aandelenoptierecht). In de periode daaraan voorafgaand (van 28 december 2000 tot en met 31 december 2004) gold echter het ‘keuzeregime’, waarbinnen de belastingplichtige een keuze kon maken tussen twee heffingsmomenten, namelijk het tijdstip waarop aan de werknemer een onvoorwaardelijk aandelenoptierecht werd toebedeeld dan wel een voorwaardelijk toebedeeld optierecht onvoorwaardelijk werd, en het moment van vervreemding of uitoefening van het aandelenoptierecht (tijdstip van realisatie):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a, en de alinea staat in dat document op bytes 39821 tot 40724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a | shasum -a 256