Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016
Onder 4.35 Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:900.
Zowel Rechtbank Den Haag als Hof Den Haag ziet echter geen aanleiding voor een onderscheid tussen voorwaardelijk en onvoorwaardelijk toegekende aandelenoptierechten. Tekst en wetsgeschiedenis van artikel 32bb, lid 7, van de Wet LB geven daarvoor geen enkele aanwijzing. Het enige criterium is of de aandelenoptierechten zijn toegekend in het jaar t-2 of eerder. Als dat het geval is, houden ze geen verband met de beëindiging van de dienstbetrekking. Alleen de waarde van aandelenoptierechten die zijn toegekend in het jaar van beëindiging van de dienstbetrekking of in het daaraan voorafgaande jaar en op het moment van beëindiging door de werknemer nog niet zijn uitgeoefend of vervreemd, telt mee. Anders zou de pseudo-eindheffing al te gemakkelijk kunnen worden ontlopen. De waarde wordt daarbij overigens gesteld op wat door de werknemer zou zijn genoten als hij dat recht op het tijdstip van beëindiging van de dienstbetrekking zou hebben vervreemd of uitgeoefend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a, en de alinea staat in dat document op bytes 76142 tot 77129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a | shasum -a 256