Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016
Onder 5.4 Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:900.
Blijkens de wetsgeschiedenis heeft de wetgever beoogd om in het kader van artikel 32bb Wet LB 1964 een onderscheid tussen aandelenoptierechten te maken gebaseerd op de aannemelijkheid dat zij verband houden met het einde van de dienstbetrekking. Een onderscheid op basis van voorwaardelijkheid past niet binnen deze ratio en kan juist een aantastende werking hebben, aangezien van vóór t-1 toegekende voorwaardelijke aandelenoptierechten over het algemeen net zo min kan worden gesteld dat zij verband houden met het einde van de dienstbetrekking als van op het hetzelfde tijdstip toegekende onvoorwaardelijke aandelenoptierechten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a, en de alinea staat in dat document op bytes 82826 tot 83600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a | shasum -a 256