Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016

Onder 7.2. Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:900.

Het Hof vindt met de rechtbank in de tekst van de wet noch in de geschiedenis van de totstandkoming van de in artikel 32bb Wet LB 1964 neergelegde bepaling omtrent het in de loonheffing betrekken van vergoedingen die bij de beëindiging van de dienstbetrekking worden toegekend, noch in die van artikel 10a Wet LB 1964, steun voor de opvatting van de Inspecteur dat voor de toepassing van het zevende lid van artikel 32bb Wet LB 1964 een onderscheid moet worden gemaakt tussen in het jaar van beëindiging bestaande optierechten die nog niet onvoorwaardelijk zijn maar dat worden in het jaar van beëindiging enerzijds en onvoorwaardelijke toegekende optierechten anderzijds. De bijzondere regel van artikel 10a Wet LB 1964 knoopt niet aan bij de waarde van optierechten ten tijde van de toekenning van de optierechten, maar bij het voordeel dat het gevolg is van het uitoefenen of het vervreemden van optierechten. Het onvoorwaardelijk worden van een optierecht levert voor de toepassing van artikel 10a Wet LB 1964 geen heffingsmoment op en zulks is niet gewijzigd met de invoering van artikel 32bb Wet LB 1964. Wat betreft de heffing met toepassing van artikel 32bb Wet LB 1964 zijn de momenten van uitoefening en vervreemding in zoverre niet relevant geacht dat in de gevallen als bedoeld in het vijfde lid van die bepaling die momenten in de tijd zijn teruggebracht naar het moment van beëindiging van de dienstbetrekking. waarbij de wetgever in het zevende lid een uitzondering heeft geformuleerd voor die optierechten waarvan kan worden aangenomen dat, nu zij zijn toegekend in het jaar t-2 of eerder, geen verband houden met de beëindiging van de dienstbetrekking. Dat de wetgever omwille van de heffingssystematiek van artikel 32bb heeft aangeknoopt bij ”een aandelenoptierecht als bedoeld in artikel 10a Wet LB 1964” maakt dat niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 877be3d283efb79b890375dd5a9072bb46a9df4b82395844838a7be2c787ad4a, en de alinea staat in dat document op bytes 21744 tot 23613.