Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:905.

Door het openbaar ministerie is in de vordering tot doorzoeking een standaard tenlastelegging gebezigd, waarbij voor het overgrote deel van de in die tenlastelegging opgenomen verdenkingen geen enkele grondslag te vinden is in het proces-verbaal aanvraag doorzoeking. Door de rechter-commissaris is derhalve op een fictieve vordering doorzoeking een machtiging tot doorzoeking verleend. Diezelfde tenlastelegging is gebezigd in de vordering tot bewaring, waardoor tevens op een (grotendeels) fictieve vordering tot bewaring een bevel tot bewaring is verleend. De rechter-commissaris is door genoemde (grotendeels) fictieve vorderingen misleid, in die zin dat, als de rechter-commissaris geweten zou hebben dat de vorderingen (grotendeels) fictief waren, hij/zij geen machtiging tot doorzoeking zou hebben verleend noch een bevel tot bewaring. Aldus de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c701ee033c0fcceeccc9588b885c2c8b1c0bab3cdf757564125ba16933a34ee5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c701ee033c0fcceeccc9588b885c2c8b1c0bab3cdf757564125ba16933a34ee5, en de alinea staat in dat document op bytes 13202 tot 14076.