Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 7.6. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:905.

Het middel berust op de opvatting dat uit deze rechtspraak en uit de hierboven weergegeven wetsgeschiedenis moet worden afgeleid dat het in alle gevallen (dus ook in de gevallen waarin vaststaat dat de afgebeelde persoon jonger is dan achttien jaar) noodzakelijk is dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de afgebeelde persoon jonger oogt dan achttien jaar. Die opvatting is mijns inziens onjuist. Uit de memorie van toelichting blijkt dat het woord ‘kennelijk’ in de delictsomschrijving is ingevoegd met het oog op gevallen waarin de werkelijke leeftijd van de betrokkene niet kan worden vastgesteld. Daaruit volgt mijns inziens dat deze term geen (de reikwijdte van de strafbepaling inperkende) functie heeft in gevallen waarin de werkelijke leeftijd wel kan worden vastgesteld. Dat strookt met het eveneens uit de memorie van toelichting blijkende gegeven dat art. 240b Sr er in de eerste plaats toe strekt om “echte kinderen” tegen seksueel misbruik te beschermen. Daarmee zal bedoeld zijn echte kinderen jonger dan achttien jaar. Er val geen goede reden te bedenken waarom deze kinderen de bedoelde bescherming moet worden onthouden als zij niet ogen als iemand die jonger is dan achttien jaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c701ee033c0fcceeccc9588b885c2c8b1c0bab3cdf757564125ba16933a34ee5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c701ee033c0fcceeccc9588b885c2c8b1c0bab3cdf757564125ba16933a34ee5, en de alinea staat in dat document op bytes 33976 tot 35194.