Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:911.

Deze rechtsklacht faalt. Volgens art. 553 Sv geschiedt de tenuitvoerlegging van beslissingen van de strafrechter door het Openbaar Ministerie. Naar vaste rechtspraak moet een veroordelend vonnis van de strafrechter ten uitvoer worden gelegd . Dit is slechts anders indien de beslissing nog niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging of als de executiebevoegdheid is vervallen op grond van een wettelijk voorschrift, zoals in het geval van een op de wet gegrond gratiebesluit. Geen van beide uitzonderingen doet zich hier voor. Een geval waarin bij de burgerlijke rechter vergeefs een bevel tot staking van de tenuitvoerlegging van een onherroepelijk strafvonnis werd gevorderd op grond van de stelling dat de strafrechter een hogere straf had opgelegd dan de wet toestond, heeft zich eerder voorgedaan: zie HR 16 oktober 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC9996, NJ 1988/841 m.nt. M. Scheltema en G.J.M. Corstens. De Hoge Raad overwoog toen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d65686c3e9332d1a0b98f86cfa38ea58328eaf35a938c32eed6bb4ba67a82327. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d65686c3e9332d1a0b98f86cfa38ea58328eaf35a938c32eed6bb4ba67a82327, en de alinea staat in dat document op bytes 15006 tot 16007.