Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921.
Verder is van belang dat in het stelsel van het nieuw BW het aan de schuldeiser is om uit te maken welke van de bevoegdheden die hij aan de niet-nakoming ontleent, hij in het gegeven geval wil gebruiken , waartegenover de schuldenaar hem kan dwingen om binnen een redelijke termijn te kiezen; zie de artikelen 6.1.8.11 en 6.5.4.6 in verbinding met artikel 6.1.8.13 en ook de artikelen 7.1.3.1.-4. Ook tegen deze nieuwe achtergrond is aan een bepaling als artikel 37 behoefte. Ook hier moet er immers voor de wederpartij van de gefailleerde een middel zijn om enerzijds de curator te dwingen zich uit te laten over de vraag of hij een aan beide zijden nog geheel of ten dele niet nagekomen overeenkomst gestand wil doen, en anderzijds, zo de curator verklaart tot gestanddoening bereid te zijn, zekerheid te hebben dat de overeenkomst door deze inderdaad zal worden nagekomen. Wel dient het artikel thans enigszins anders te worden opgezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37, en de alinea staat in dat document op bytes 42275 tot 43276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37 | shasum -a 256