Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921.

Een tweede argument voor een restrictieve uitleg van art. 37 Fw is dat anders een bate aan de boedel wordt onthouden die daarin wel thuis hoort. De opbrengst van de vordering blijft immers buiten het verhaal door de gezamenlijke schuldeisers in het kader van het faillissement, wat niet strookt met het doel van het faillissement. De wederpartij krijgt zo een voordeel toegespeeld 'over de rug van de gezamenlijke schuldeisers', in de woorden van Van Zanten op (die daarmee is teruggekomen van het in zijn dissertatie ingenomen standpunt). Dit strookt niet met het beginsel van de paritas creditorum, een fundamenteel beginsel van faillissementsrecht. Het is moeilijk te verdedigen dat en op welke grond de (opeisbare) tegenprestatie voor een reeds verrichte prestatie van de schuldenaar níet in de boedel zou thuishoren. Een iets andere formulering van dit argument geeft het hof in rov. 5.5, waar het overweegt dat het in art. 37 Fw neergelegde keuzerecht van de curator ertoe dient om de belangen van de boedel te beschermen en dat dit doel niet bereikt wordt als de curator niet de tegenprestatie kan opeisen van een reeds door de schuldenaar verrichte prestatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37, en de alinea staat in dat document op bytes 55632 tot 56990.